Groen succes in Amsterdam: buurtcomposteren met actieve begeleiding

Met wormenhotels en een enthousiaste ambassadeur komen in Amsterdam steeds meer initiatieven voor buurtcomposteren succesvol van de grond. Eerdere ‘anonieme’ experimenten mislukten. De actieve ondersteuning, het vrijwillige karakter en het sociale aspect maken nu het verschil. “Het is leuk, simpel om te doen en te organiseren en je doet wat goeds met elkaar.”

Filmproducent Peter Jan Brouwer woont in de Amsterdamse Pijp en had jarenlang een buitenhuisje in Egmond voor de weekenden. Zijn groente- en fruitafval (gf-afval) nam hij wekelijks mee voor de composthoop daar. Zijn kinderen werden ouder, de weekendbezoeken minder frequent en uiteindelijk werd het huisje minder vaak bezocht. Zijn enthousiasme om te composteren bleef bestaan.

Van meterkast naar op de stoep

Na enig internetspeurwerk besloot Brouwer te experimenteren met een wormenbak in zijn meterkast. Met succes: geen stank, wel mooie compost uit zijn groente- en fruitafval. “Ik heb de nodige cursussen gevolgd en ben een buurtinitiatief begonnen. Met Rowin Snijder van Le Compostier heb ik een wormenhotel voor op straat gebouwd. Die onderhoud ik sinds begin 2015 met zo’n 25 buurtbewoners. Het aantal enthousiaste composteerders in de buurt is ruim een jaar later gegroeid tot ruim 40. Om de hoek van onze straat komt daarom binnenkort een tweede hotel.”

Knowhow en enthousiasme

Steeds meer mensen hoorden van Brouwers initiatief en deden aanvragen naar zo’n wormenhotel bij de gemeente Amsterdam. Stef le Fèvre, Strategisch Adviseur Afvalketen, ontmoette Brouwer tijdens een sollicitatie naar de functie van projectleider Afval scheiden in de hoofdbouw. Hij besloot zijn kennis en ervaring in te zetten voor de wormenhotel-buurtinitiatieven. Le Fèvre benoemde hem tot adviseur voor 12 uur in de week. “Met de knowhow en het enthousiasme van een ambassadeur als Peter Jan krijg je een project sneller van de grond.” Inmiddels heeft Brouwer de introductie van een aantal wormenbakken begeleid in verschillende wijken.

Groot- en kleinschalige aanpak

Le Fèvre: “Experimenten met anonieme ondergrondse containers zijn in Amsterdam mislukt. We zetten nu grootschalig in op nascheiding en vergisting van gft-afval. Kleinschalig proberen we verschillende initiatieven zoals de wormenhotels te promoten. Als het vanuit de mensen zelf komt, is de betrokkenheid en daarmee de slagingskans het grootst. We zien ook steeds meer initiatieven ontstaan, helemaal op basis van vrijwilligheid. We werken vanwege het karakter van een pilot nog niet met vergunningen, maar zetten in op goede voorlichting en overleg met de buurt. Dat kan bij opschaling anders zijn.”

Helemaal zelf doen

Brouwer geeft buurtbewoners die interesse hebben de eerste maanden advies en begeleiding. Doel is dat ze het beheer en gebruik van het wormenhotel na een paar maanden helemaal zelf doen. “Ik geef een workshop en een kleine introductie als het hotel er is. De eerste maanden erna heb ik dan nog regelmatig contact met de initiatiefnemers en zeker de hoofdaanvrager. Die vraag ik ook de rol van coördinator op zich te nemen die de boel een beetje in de gaten houdt. Gaat het goed met de wormen? Zit er genoeg groen en bruin afval in? Hoe staat het met de afvalkwaliteit? Gaat het niet stinken, komt er geen ongedierte? Dat is tot nu toe nooit gebeurd, maar je moet er wel op letten.”

Van subsidie naar bruikleen

Le Fèvre is ondertussen de werkwijze van de gemeente verder vorm aan het geven. De wormenhotels kunnen nu nog met subsidie worden aangevraagd (ze kosten € 1500 per stuk en gaan zo’n 10 jaar mee). Vanaf volgend jaar koopt de gemeente een aantal wormenhotels en geeft die aan buurtinitiatieven in bruikleen. “Daar horen dan een paar simpele spelregels bij, zodat de kans op overlast minimaal is en men de compost inzet voor eigen gebruik. We willen met deze pilot zaken zoals compostkwaliteit goed monitoren, zodat we kunnen handelen als dat nodig is. Verder willen we meten hoeveel gf-afval in een wormenhotel belandt, de voortgang van de animo en het draagvlak in de buurt.”

Oogstfeest en afvalkaart

Tot nu toe zijn de resultaten zeer positief. Brouwer: “Je ziet overal dat de animo groeit als een wormenhotel wordt geplaatst. Het is leuk, het is simpel om te doen en je doet wat goeds met elkaar. Steeds meer buren blijken dan ook mee te willen doen, het vergroot de sociale band in de wijk. Zo hebben wij zelf twee keer per jaar een druk bezocht oogstfeest, waarbij we samenkomen en de nieuwe compost verdelen. Die is ook nog eens van hoge kwaliteit.” Le Fèvre: “Ik hoop op minimaal 20 van dit soort succesvolle initiatieven. Die wil ik dan met andere projecten bij de verschillende moes- en fruittuinen of eventuele vergisters als inzamelpunt op de kaart te zetten voor gf-afval. Zodat straks geen inwoner meer zijn groente of fruit bij het restafval hoeft te gooien.”

Meer weten over de Amsterdamse aanpak?

Neem dan contact op met Stef le Fèvre via s.le.fevre@amsterdam.nl of Peter Jan Brouwer via p.j.brouwer@gmail.com. Bekijk de kaart van Amsterdamse buurtcompost-initiatieven.


De Amsterdamse aanpak per 2017 in het kort

  • Een buurtinitiatief dat met wormenhotels compost wil winnen uit groente- en fruitafval dient bij de gemeente een aanvraag in en neemt daarna contact op voor de afhandeling.
  • Een adviseur Buurtcomposteren peilt de animo, geeft een workshop ter introductie en begeleidt de buurt de eerste maanden bij beheer, gebruik en eerste ‘oogst’.
  • De gemeente geeft een wormenbak in bruikleen, met een aantal spelregels voor gebruik.
  • De gemeente monitort en evalueert de voortgang en resultaten van het initiatief.
  • Streven: de wormenhotels komen als lokaal inzamelpunt van gf-afval op de kaart met afvalpunten van de gemeente.