Verbetering afvalscheiding en -inzameling in de hoogbouw


Gemeenten met veel stedelijke hoogbouw hebben behoefte aan succesvolle interventies om meer afval als grondstof te kunnen benutten. Daarom is als onderdeel van VANG-HHA het project ‘Verbetering afvalscheiding en –inzameling hoogbouw’ gestart.

Doel

Het doel van ‘Verbetering afvalscheiding en –inzameling hoogbouw’ is inzicht te krijgen in gedragsbepalende factoren voor afvalscheiding. Wanneer zijn welke factoren van belang en welke interventies kunnen gemeenten succesvol toepassen om meer huishoudelijk afval als grondstof in te zamelen bij stedelijke hoogbouw?

Het project bestaat uit een aantal verschillende stappen:

1. Onderzoeksfase bestaande uit:

  • Literatuuronderzoek waarin de kennis in kaart wordt gebracht
  • Veldonderzoek naar het huidige gedrag en determinanten
  • Definitie pilotgebieden
  • Ontwikkeling interventies op hoogbouw

2. Pilots

3. Evaluatie

Literatuuronderzoek

Cees Midden (TU Eindhoven) heeft een literatuurstudie gedaan waarbij een groot aantal internationale onderzoeken naar afvalscheidingsgedrag uitgebreid zijn geanalyseerd. Ruimtegebrek, opslag, stank en esthetiek zijn essentiële punten in de hoogbouw. De gemeente kan ondersteuning bieden met de scheidingsvoorzieningen in deze woningen en ze kan samen met bewoners er voor zorgen dat afvalparkjes met containers bij flats schoon en opgeruimd zijn. Hier ligt dan ook de uitdaging: betrek bewoners persoonlijk en motiveer ze om afval te scheiden.

Veldonderzoek

In het project ‘Vuilnis in de flat’ is onderzoek gedaan naar succesvolle interventies voor gemeenten met veel stedelijke hoogbouw. Het project bestaat uit twee fases. In fase 1 wordt generatief en kwalitatief veldonderzoek gedaan om in beeld te brengen hoe mensen in hoogbouw omgaan met hun afval. In fase 2 worden met de verkregen inzichten pilot-interventies ontworpen en getest die zorgen dat bewoners in hoogbouw hun afval beter scheiden.

Onderzoeksdesign

In 2016 gaan acht gemeenten vanuit een breed onderzoeksdesign toetsen wat in welke situatie wel en niet werkt en waarom. In het design zijn de interventiestrategieën, instrumenten en meest voor de hand liggende middelen benoemd. De vijf strategieën zijn:

  1. persoonlijke motivatie
  2. sociale motivatie
  3. ondersteuning en structuur in de woning
  4. ondersteuning buiten de woning
  5. gebieden, verbieden, belonen en straffen

Per strategie zijn er meerdere interventies en middelen mogelijk. Voor de strategie persoonlijke motivatie is een van de interventies commitment creëren. Een veelbelovend middel daarvoor is dat je zorgt voor een toezegging om aan afvalscheiding mee te doen.