Regie op de Textielketen

1.4 Vervuiling en afkeur

Vervuild textiel kan niet (goed) worden gerecycled.

Onder vervuiling wordt gerekend
Textiel-gebonden Textiel dat vervuild is geraakt met bijvoorbeeld verf- of olievlekken of textiel dat nat is (geworden). Textiel-gebonden vervuiling bestaat uit nat textiel en vies textiel.
Textiel-vreemd Al het aanwezige afval dat bij het textiel terecht komt maar dat niet uit textiel bestaat (PMD, restafval, GFT-afval, karton, dvd’s, boeken, etc.).
Proces verstorend Textiel dat qua omvang of vorm kan leiden tot verstopping van de sorteerband en zo de voortgang van het sorteerproces hindert. Voorbeelden zijn losse gordijnen en losse lakens.
Overig Textiel waarin andere materialen zijn verwerkt.

Textiel dat vervuild is geraakt met bijvoorbeeld verf- of olievlekken kan niet worden hergebruikt. Dit geldt ook voor nat textiel, omdat in het water makkelijk contaminanten oplossen die bij opdrogen vlekken achterlaten. Bovendien kan nat textiel gaan schimmelen. Het reinigen en drogen van kleding kost tijd, ruimte en energie en dit kan niet snel uit in het hedendaags verdienmodel. Nat en vies textiel wordt om deze reden vrijwel altijd als restafval afgevoerd. Nat textiel is zwaarder dan droog textiel, dus in het geval van verbranding is het verwijderen van nat textiel ook relatief duurder. Vies textiel kan ander (schoon) textiel vervuilen en wordt om die reden als restafval afgevoerd.

Nat textiel ontstaat meestal doordat:

  1. hemelwater in de containers terecht komt;
  2. zakken langdurig in de regen staan tijdens de inzameling;
  3. textiel tijdens een regenbui wordt ingezameld
  4. er geen bescherming is tegen neerslag tijdens de inzameling (rijden met open inzamelwagens);
  5. het textiel na inzameling onbeschermd wordt gelost en opgeslagen.

Vies textiel kan als zodanig door inwoners worden afgedankt. Daarnaast kan textiel vies worden als vervuilende stromen zoals restafval, gft of plastic verpakkingen in de textielbak worden gegooid (zie hieronder ook ‘textiel-vreemde vervuiling’). Textiel kan ook vies worden als bij de inzameling een vieze container op de vrachtwagen wordt gebruikt of als de lading op een vieze vloer wordt gestort.

De aanwezigheid van andere afvalstromen tussen het textiel is onwenselijk. Deze vervuiling kan leiden tot het vies maken van oorspronkelijk goed textiel. Zeker als de inzameling met behulp van een kraanauto verloopt en er zakken openscheuren of als de inhoud van de container wordt aangedrukt. Door de routes voor de inzameling van textiel niet te lang te maken, kan voorkomen worden dat textiel moet worden aangedrukt om in de container te passen.

Omdat deze vervuiling handmatig moet worden verwijderd, is de handeling tijdintensief en kostenverhogend. Textiel-vreemde vervuiling en textiel dat hierdoor besmeurd is geraakt, worden verbrand.

Er zijn verschillende perspectieven op textiel-vreemde vervuiling:

  • De markt geeft aan dat veel vervuiling tussen het textiel bestaat uit textiel-vreemde vervuiling en dat dit leidt tot vervuiling van oorspronkelijk textiel. Bronnen van vervuiling zouden anonieme containerlocaties, ondergrondse containers en de toepassing van diftar zijn. De markt is echter niet unaniem in het schatten van percentages van dit soort vervuiling.
  • Een aantal sorteeranalyses van het materiaal dat door sorteerders als vervuiling wordt aangemerkt, laten echter een genuanceerder beeld zien: daar blijkt dat de vervuiling als gevolg van restafval of andere afvalstromen niet heel groot is. Het grootste deel van de vervuiling bestaat uit textiel-gebonden textiel (nat en vies) en ook uit textiel waarin andere materialen zijn verwerkt (dekbedden, kussens e.d.). In de gemeenten waar de sorteeranalyses werden uitgevoerd, bestond 75,3% tot 97,3% van de vervuiling uit textiel-gebonden vervuiling.

In de volgende figuur staan de resultaten van twee sorteeranalyses weergegeven. Deze sorteeranalyses zijn uitgevoerd bij de maatwerktrajecten, waarbij gekeken is naar de opbouw van de vervuiling.

De linkerkolom betreft de resultaten van een sorteeranalyse in een weinig stedelijke gemeente met bovengrondse containers. Het totale vervuilingspercentage bij deze steekproef is 10,3%. De rechterkolom geeft de resultaten weer van een sorteeranalyse van een zeer sterk stedelijke gemeente zonder Diftar met ondergrondse containers, waarbij de vervuiling 19,1% van het totale ingezamelde textiel betreft.  De percentages in de kolommen geven aan wat het aandeel van het desbetreffende type vervuiling is op het totale deel vervuiling. Zo is inzichtelijk uit wat voor type vervuiling het verontreinigde deel bestaat.

Afbeelding1.4

De resultaten van deze sorteeranalyses laten zien dat het overgrote deel van de vervuiling bestaat uit:

  • nat textiel;
  • textiel verbonden met andere materialen;
  • textiel gebonden met vervuiling.

Bij verontreiniging van textiel in containers wordt al snel gedacht aan zaken als kadavers, restafvalzakken, verkeerd afval et cetera. Deze resultaten illustreren echter dat het overgrote deel van vervuiling wordt veroorzaakt door textiel dat nat is of waar verontreiniging in gebonden is.

Bij proces verstorende vervuiling gaat het om lakens, gordijnen of dekens die bij het textiel horen maar die los worden aangeboden in plaats van conform de aanbiedregel (in een stevige, afgesloten plastic zak).

Textiel wordt op een grote mechanische sorteerband uitgesorteerd. Het textiel passeert daarbij kleppen, vensters, rollen of uitstekende delen van de machine. Als het groot textiel hiermee in aanraking komt, dan kan het de werking van de sorteerband hinderen. De band moet dan worden stopgezet en er gaat tijd verloren aan het vrij maken van de sorteerband. Vandaar de naam proces verstorende vervuiling.

Als groot textiel gebundeld wordt en in een stevige, gesloten plastic zak wordt aangeboden dan is de kans dat het sorteerproces wordt verstoord kleiner.

Tot slot kennen we textiel dat stoffen bevat of omvat die niet kunnen worden hergebruikt. Voorbeelden zijn matrassen, dekbedden en kussens. De tijk (de buitenkant van een matras) of hoezen van beddengoed zijn weliswaar van textiel, maar daarin zitten stoffen die geen textiel zijn. In matrassen bijvoorbeeld zit schuim of zitten springveren. Voor matrassen is een apart recyclingsysteem opgezet en er wordt gewerkt aan UPV. In kussens en dekbedden zit een synthetisch vulmiddel of dons. De meeste partijen in de textielmarkt kunnen deze vulstoffen niet hergebruiken. Uitzonderingen zijn organisaties met een apart donsretour inzamelpunt. Een voorbeeld hiervan is het Nederlandse bedrijf Ducky Dons, zij recyclen dons en zoeken naar gemeenten die dit kunnen leveren. Matrassen, kussens en dekbedden horen niet bij het textiel. Zij bevatten te veel onderdelen die de textielmarkt tegen hoge kosten moet afvoeren. Niet alle inwoners weten dit.

Hoe kan een gemeente vervuiling tegengaan?

  • Zorg voor een droge en schone inzamelmiddelen. Ondergrondse containers zijn daarbij een aandachtspunt. Inzamelcontainers moeten zo geïnstalleerd worden dat ze volledig waterdicht zijn.
  • Zorg ook voor droge en schone inzameling. Voorkom dat textiel wordt aangedrukt of geperst tijdens de inzameling en rijd een niet te lange route. Rijden als het droog is en met een gesloten inzamelwagen helpen bij droge inzameling.
  • Met het regelmatig onder de aandacht brengen van de aanbiedregels en de wel-niet lijst worden inwoners geïnformeerd dat nat en vies textiel niet in de textielzak of textielbak mag. En dat matrassen, kussens en dekbedden geen textiel zijn maar grof restafval dat op de milieustraat hoort. Afvalcoaches kunnen helpen met de kennisoverdracht aan inwoners.
  • Een toegangssysteem op de textielcontainer kan helpen om illegale stort van vervuilende stromen bij het textiel te voorkomen. Het gevoel om gecontroleerd te kunnen worden werkt preventief. Sommige marktpartijen geven aan dat een pasjessysteem ook kan leiden tot minder gebruik van de textielcontainer en dat daardoor minder textiel wordt ingezameld.

In de maatwerktrajecten van de VANG-HHA handreiking en in het laatste hoofdstuk over handelingsperspectieven staat nog veel meer informatie over het tegengaan van vervuiling.