Regie op de Textielketen

2.1 Hoe kunnen gemeenten sturen?

In de Nederlandse textielketen vindt via verschillende stromen afvalvorming plaats. De vier belangrijkste stromen zijn:

  1. De kleding die door de consument wordt afgedankt middels afvalinzameling. Deze wordt ingezameld via verschillende inzamelsystemen zoals verzamelcontainers in de openbare ruimte, via milieustraten of via huis-aan-huis ingezamelde zakken, etc.
  2. Daarnaast vindt er een retourstroom van kleding vanuit de consument terug naar zowel de fysieke winkels als wel de online webwinkels.

  3. Vanuit de twee type actoren (webwinkel en detailhandel) vindt ook afdanking plaats in de vorm van onverkochte voorraden en retour gestuurde kleding die niet opnieuw verkoopbaar is.

  4. Daarnaast wordt bedrijfskleding ingezameld als bedrijfsafval. Die kleding wordt vertrouwelijk vernietigd of gaat als retourstroom richting de leverancier.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de eerste stroom van textielafdanking middels afvalinzameling. De tweede stroom wordt door consumenten afgedankt en is daarmee huishoudelijk afval. Deze tweede stroom is in omvang nog heel beperkt. De andere twee stromen vallen onder bedrijfsafval. In dit handboek ligt de focus op de eerste stroom.

Sturen op inzameling

Gemeenten kunnen sturen op inzameling door een keuze te maken op het gebied van: inzamelmiddelen, transport, communicatie en handhaving.

Afbeelding2.1

Sturen op verwerking

Gemeenten kunnen sturen op verwerken en sorteren door keuzes te maken op het gebied van: aanbesteden, contracten en contractmanagement.

Afbeelding2.1.1

Gemeenten hebben nog een belangrijk middel om textielgebruik te reduceren, namelijk via de inkoop van duurzaam of circulair textiel. Dit kan van toepassing zijn bij o.a. gordijnen en bedrijfskleding van uitvoeringsorganisaties. Daarnaast kunnen gemeenten sturen op lokaal economisch en sociaal beleid door te sturen op sortering en verwerking van het ingezameld textiel en door daarbij op social return of andere vormen van arbeidsparticipatie in te zetten. Tot slot is er ook een link met (lokaal) milieubeleid: goede communicatie kan bijvoorbeeld de bijzet van afval bij textielcontainers voorkomen.