Factsheet 'Omgekeerd inzamelen in 5 punten'


De belangstelling voor omgekeerd inzamelen is groot sinds het enkele jaren geleden in Nederland werd geïntroduceerd. Veel gemeenten startten pilots in een aantal wijken of rolden het nieuwe inzamelsysteem gelijk uit in de hele gemeente. Vaak is na invoering een spectaculaire stijging van de hoeveelheid gescheiden afval zichtbaar. Maar is het nu voor iedereen dé manier?

1. De kerngedachte

Bij omgekeerd inzamelen wordt afvalscheiding gestimuleerd door middel van serviceprikkels voor inwoners. De gedachte hierachter is dat het de inwoners gemakkelijk gemaakt moet worden om recyclebare stromen te scheiden: onder meer oud papier, GFT en kunststof/PMD worden aan huis opgehaald. Voor de ongewenste restafvalstroom moet de inwoner meer moeite doen. Inwoners brengen hun restafval zelf naar een (ondergrondse) verzamelcontainer, die op loopafstand aanwezig is. Door het gemak op recyclebare stromen houden de meeste inwoners weinig restafval over en hoeft slechts een kleine hoeveelheid restafval weggebracht te worden. Een aantal gemeenten presteert het om met omgekeerd inzamelen ruim onder de 100 kilo restafval per inwoner per jaar te komen. Verder is Omgekeerd inzamelen goed te combineren met diftar. De prijs- en de serviceprikkel versterken elkaar en werken allebei stimulerend om beter te scheiden

2. Laag- en hoogbouw

Omgekeerd inzamelen kan interessant zijn voor (delen van) verschillende soorten gemeenten, maar is vooral interessant voor gemeenten met veel laagbouw. In de hoogbouw zijn inwoners namelijk al gewend om het restafval weg te brengen: de extra serviceprikkel van het aan huis ophalen van gescheiden stromen is dan minder van toepassing.

3. Communicatie

Verschillende gemeenten hebben ervaringen opgedaan met Omgekeerd inzamelen. Dat heeft geleid tot succesverhalen, maar sommige gemeenten hebben er slechte ervaringen mee. Eén ding lijkt duidelijk: veel staat of valt bij hoe goed je burgers informeert en met ze communiceert. Mensen reageren in het algemeen met weerstand op veranderingen. Het idee alleen dat je straks misschien wel twee keer per week met een zware vuilniszak een stuk moet lopen, stuit dan ook op verzet. Zorg daarom als gemeente dat inwoners inzien dat bij goed scheidingsgedrag de service juist toeneemt. Maak duidelijk dat de hoeveelheid restafval veel kleiner zal zijn. Ook is het voor de kwaliteit van de stromen van belang om regelmatig duidelijk te maken wat er wel en niet gescheiden wordt ingezameld. Daarnaast is het uiteraard belangrijk om bij minder service op restafval daadwerkelijk vaak genoeg de recyclebare stromen op te halen. Anders zullen inwoners het alleen als een achteruitgang ervaren.

4. Pilots

Een pilot is een goede manier voor een gemeente om eerste ervaringen op te doen: in een afgebakend gebied blijft een pilot beheersbaar. Eventuele kinderziektes kunnen nog worden bijgesteld, in tegenstelling tot een directe uitrol in de gehele gemeente. Daarnaast waarderen inwoners het dat bij een pilot ook nadrukkelijk wordt gekeken naar de tevredenheid onder inwoners, voordat de pilot wordt voortgezet. Bij de meeste pilots blijkt dat de meeste inwoners over het algemeen heel tevreden zijn en wordt de pilot voortgezet en opgeschaald naar de rest van de gemeente.

5. Kosten

Bij discussies over Omgekeerd inzamelen gaat het vaak over de kosten. Een goed scheidingsresultaat is leuk, maar het prijskaartje speelt altijd een belangrijke rol bij besluitvorming in een gemeente. Over het algemeen geldt dat de inzameling van gescheiden afvalstromen efficiënter wordt naarmate de respons toeneemt. Je ziet vaak dat gemeenten die het beste scheiden ook relatief lage afvalstoffenheffingen hebben. Bij omgekeerd inzamelen geldt dat de extra opbrengsten voor de grondstoffen de extra kosten voor het aan huis ophalen van recyclebare stromen compenseren. De dalende hoeveelheid restafval draagt daarnaast bij aan lagere verwerkingskosten. Wel moet een gemeente rekening houden met initiële investeringskosten voor de invoering het systeem. Verder moet in diftar-gemeenten de tariefstructuur opnieuw tegen het licht worden gehouden, in verband met de dalende restafvalhoeveelheid. Ten slotte moet er rekening gehouden worden met afschrijvingen op of aanpassingen aan bestaande (ondergrondse) containers.