Omgekeerd inzamelen: de verlossing uit de diftar-houdgreep?


Trek (grofweg) een streep van Leeuwarden naar Breda. De kans dat een gemeente met diftar rechts van die streep ligt, is vrij groot: in het oosten van ons land laten veel gemeenten hun inwoners afvalscheiding voelen in de portemonnee. In het westen van het land is het ‘d-woord’ daarentegen veelal verboden.

De resultaten spreken: gemeenten met diftar produceren gemiddeld circa 100 kilo minder restafval dan gemeenten die hun inwoners niet financieel stimuleren hun afval beter te scheiden. Het is alleen niet dat gemeenten niet wíllen. Ambities zijn er namelijk zeker, maar de afgelopen decennia bleek dat hoge stedelijkheid, het gelijkheidsbeginsel en de angst voor zwerfafval en afvaltoerisme in veel gemeenteraden leidden tot hevige protesten tegen de diftar-systematiek.

Op zoek dus naar andere instrumenten. Waar het draagvlak voor een financiële prikkel ter bevordering van afvalscheiding ontbreekt, kun je ingrijpen door het servicemodel te veranderen: aan huis worden grondstoffen gescheiden opgehaald, en wie niet wil scheiden, kan met zijn restafval naar een container verderop in de wijk lopen. Eerste resultaten: een forse reductie van het restafval. Want, liever gescheiden aan de deur, dan sjouwen met het ongescheiden restafval. Met de introductie van het omgekeerd inzamelen lijkt de oplossing gevonden: het d-woord kan worden vermeden, en de afvalscheiding neemt fors toe.

Opvallend is dan te zien dat het omgekeerd inzamelen juist in het oosten van het land is geïntroduceerd. Of is dat misschien toch logisch? In een gemeente waar een gedifferentieerd tariefstelsel de restafvalhoeveelheid heeft gehalveerd, begrijpt de burger het wel als je vraagt om ermee te lopen naar een verzamelcontainer. Een stuk lastiger is het om aan een gezin met twee kinderen en 1200 kilo restafval per jaar uit te leggen dat ze dit naar een container drie straten verderop moeten verslepen.

Waar veel gemeenten in West-Nederland de plannen voor de invoering van (een vorm van) omgekeerd inzamelen hebben klaarliggen, is het dus van belang om te zorgen dat de inwoner wel blijft begrijpen wat er gebeurt: omgekeerd inzamelen is geen verlaging, maar juist een verhoging van de service. 90% van het restafval kan immers eenvoudig worden gescheiden en hoeft dus niet te worden weggebracht. De verzamelcontainers ‘dan maar iets dichter bij huis’ plaatsen om die 1200 kilo letterlijk en figuurlijk draaglijk te maken, biedt dan geen oplossing, maar haalt juist de angel uit het systeem.

Is omgekeerd inzamelen dan de oplossing voor de diftar-vloek in het westen? Wat mij betreft alleen als de gemeente het lef toont om ‘de angel’ zijn werk te laten doen! Niet als gemeenten overstag gaan en de afvalcontainers ‘dan maar dichtbij huis plaatsen’. Dat haalt het hele principe van de methodiek onderuit.


Foto Samuel Stollman

Samuel Stollman is beleidsadviseur bij de NVRD. Voor het VANG-HHA-programma ondersteunt en adviseert hij gemeenten over hoe zij tot meer en betere afvalscheiding kunnen komen.