Tijd voor een eerste balans


De afgelopen vijf maanden heb ik alle hoeken van het land gezien en met veel gemeenten en inzamelbedrijven gesproken. Tijd om een eerste balans op te maken: waar staat Nederland op het gebied van afvalscheiding? Is er ambitie, urgentiegevoel en voldoende daadkracht om de 100 kilo restafval in 2020 te gaan halen?

Hoopvolle kilometers

Tot nog toe heb ik hoopvolle kilometers gemaakt. Dat wil zeggen, (bijna) alle bezochte gemeenten en bedrijven zijn enthousiast over afvalscheiding. Zij willen graag stappen zetten in de richting van de doelstellingen van de staatssecretaris. Zelfs daar waar de kloof die overbrugd moet worden naar de 100 kilo restafval immens is of lijkt, heerst optimisme. En anders heb ik dat proberen te brengen. Het verhaal van afvalscheiding is namelijk in essentie helemaal niet moeilijk: mensen blijken (soms na wat aanpassingsproblemen) graag hun afval te scheiden. Gemeenten zien ook dat afvalscheiding goed voor het milieu en niet duur is. Sterker, meestal dalen de afvalbeheerskosten als de afvalscheiding toeneemt. ‘Wie wil dat nou niet?’, zou je denken.

Weerbarstige gemeentepraktijk

Toch blijkt na doorvragen de gemeentepraktijk soms weerbarstiger dan op het eerste gezicht lijkt. Neem bestuurders met andere prioriteiten dan afval (“want de burger klaagt toch niet?”) of ambtenaren met onvoldoende tijd om beleid gedegen voor te bereiden (een dag in de week ‘op afval’ is te weinig!). Of raadsleden bij wie de emotionele argumenten het soms winnen van de rationele (“Lopen met afval kun je m’n arme oude buurvrouw toch niet aandoen?”). Ook heb je nog de burgers die niet begrijpen waarom de gemeente ze vraagt mee te werken (“We betalen afvalstoffenheffing, waarom moeten we dan ook nog scheiden?”). Een inventarisatie van de diverse knelpunten die gemeenten weerhouden een revolutionair afvalbeleid te voeren levert een waslijst aan moeilijkheden op. Die zijn op het eerste oog niet 1-2-3 overwonnen.

Met synergie naar 2020

Het doet goed om gemeenten, na de drempels en knelpunten te hebben geïnventariseerd, iets te kunnen bieden waarmee ze verder kunnen. Het VANG-programma wordt dan ook met open armen ontvangen. Het urgentiegevoel van bestuurders en kennisniveau van raadsleden wordt vergroot door middel van bestuurlijke sessies en masterclasses. Beleidsmedewerkers krijgen ondersteuning bij het voorbereiden en uitvoeren van het beleid door kennisplatforms, workshops, trainingen en een uitgebreide kennisbibliotheek. Het wiel hoeft immers maar één keer te worden uitgevonden en er zijn al zoveel gemeenten die het erg goed doen. Zij weten ook hoe je moet omgaan met hobbels op de weg naar die magische 100 kilo. Gemeenten zijn niet elkaars concurrenten en het uitwisselen van kennis en ervaringen zorgt voor synergie. Uiteindelijk gaat die hopelijk leiden tot 100 kilo restafval in 2020!


Foto Samuel Stollman

Samuel Stollman is beleidsadviseur bij de NVRD. Voor het VANG-HHA programma ondersteunt en adviseert hij gemeenten over hoe zij tot meer en betere afvalscheiding kunnen komen.