Meer bronscheiding is prioriteit voor Maastricht


Maastricht zet sinds de invoering van diftar in 2001 positieve afvalscheidingsresultaten neer. Met 73% in 2013 en een realistisch streven van 75% in 2015 werkt de combinatie van financiële en gemaksprikkels bovengemiddeld goed. Kwaliteit wordt de komende jaren steeds belangrijker. “We denken meer en meer na over wat de volgende partij met de grondstoffen doet.”

Met de invoering van diftar wilde Maastricht onder meer het sorteergedrag bevorderen en de lastendruk verlagen. Op beide punten is sindsdien goed gescoord. Het scheidingspercentage in 2013 lag op 73% en dankzij meer efficiëntie bij de inkoop, distributie en inzameling kon Maastricht een paar jaar geleden zelf een kostenverlaging voor de zakken doorvoeren: de karakteristieke rode vuilniszak kost nu € 0,80 per stuk, bij de introductie was dat meer dan €1.

Service en gemak

De financiële prikkel om zo min mogelijk restafval te produceren combineert de gemeente met een vrij hoog serviceniveau. Maastricht haalt restafval tweewekelijks op, net als GFT, oud papier en karton en textiel. Voor de andere fracties heeft de gemeente 57 milieuperrons door de stad geplaatst die tot in de avond open zijn. Inwoners kunnen ook terecht bij de vier regionale milieustraten. Manager reiniging John Janssen: “Bronscheiding bevorderen en bijdragen aan de circulaire economie heeft voor Maastricht prioriteit. Voor inwoners geldt dat ze hiervoor gemotiveerd moeten zijn en dan moet je het ze ook enigszins gemakkelijk maken.”

Ook de scheidingspercentages voor hoogbouw zijn met 60% hoger dan in de meeste andere gemeenten. Voor restafval gebruikte Maastricht dezelfde inzamelmethode als voor laagbouw en biedt het GFT-inzameling gratis aan (met een kleine container van 25 liter). Janssen benadrukt wel dat hier relatief hoge kosten tegenover staan. “Maar als je hier beleidsmatig voor kiest, moet je dat niet voor een of twee jaar doen. Naast kosten en motivatie speelt namelijk gewenning altijd een rol bij gedrag, in dit geval scheidingsgedrag.”

Grote en kleine winst

“De grootste slagen haal je de eerste jaren na de invoering van het systeem”, aldus Janssen. Daarna gaat het meer om een aantal procentpunten verbetering per jaar. Vaak helpen invoering van wettelijke maatregelen, innovaties en trends hierbij. “Zo zijn kringloopwinkels de laatste jaren meer in de mode en stijgt nu de waarde van textiel, waardoor de interesse om die stroom te scheiden ook toeneemt.”

Voor 2015 heeft Maastricht 75% afvalscheiding als doel gesteld. Dat is realistisch, denkt Janssen. Wel benadrukt hij dat met de bestaande middelen en inzet straks de grens wordt genaderd van wat haalbaar is. “Voor 95% moeten we omschakelen naar een andere methode. De vraag is wat dan de kosten zijn. Uiteraard is de inzamelstructuur die je al hebt het uitgangspunt en van grote invloed op je keuze. Verder spelen demografische ontwikkelingen een rol. We hebben in Maastricht bijvoorbeeld veel studenten en toeristen. Dat heeft bijvoorbeeld gevolgen voor je inzamelstrategie in het centrum.”

Meer kwaliteit

Het gemeentebestuur werkt nu aan een nieuw afvalbeleidsplan. Janssen volgt dat proces met veel interesse: “Welke doelen streven wij als gemeente na en wat heeft prioriteit binnen de driehoek milieurendement, kosten en service? Interessant, want op basis van die beleidsdoelstellingen stemmen wij straks onze voorzieningen, middelen en uitvoering af.” In het beleidsplan zullen de doelstellingen naar verwachting steeds kwalitatiever worden omschreven. Janssen merkt ook dat Maastricht steeds meer nadenkt over de kwaliteit van de grondstoffen. “We leren steeds meer ‘over de grenzen van onszelf heen te kijken’ en nemen steeds meer verantwoordelijkheid voor wat voor en wat na ons in de keten zit.”

Hij ziet dit als een landelijke ontwikkeling, waarbij gemeenten steeds vaker antwoord willen op vragen als: ‘Wat doet de volgende in de keten met de grondstoffen die wij aanbieden?’ ‘Doen ze dat goed genoeg?’ ‘Vinden wij dat voldoende?’ en ‘Hoe zorgen we dat de kwaliteit van onze grondstoffen beter wordt?’ “Dat vraagt om nog betere afspraken met de partijen waarmee we samenwerken. VANG-HHA zou hier een hele geschikte rol kunnen spelen.”

Aanjager

Janssen ziet VANG-HHA hierbij als een aanjager en deler van kennis en ervaringen. Hij vindt dat het programma gemeenten kan helpen in een bepaalde richting te denken. De kritische massa die je nodig hebt om iedereen mee te krijgen kan VANG-HHA helpen bereiken. “Voor afval en grondstoffen moet je bovendien met elkaar op verschillende niveaus nadenken en beslissingen nemen. Wanneer je over de optimale afzet van grondstoffen praat, gaat het bijvoorbeeld over een groter gebied dan wanneer inzameling het onderwerp is. Als de beslissingen die je samen neemt straks ook echt consequenties hebben, heb je bovendien een goede stok achter de deur. De schaarste komt in beeld, dus we moeten sneller schakelen.”