'100-100-100 scholenversie'


In meer dan 100 gemeenten is het ‘afvalvrij’-project 100-100-100 al een succes onder huishoudens. Liedewij de Graaf van de duurzame onderwijsstichting IKcircuLEER ontwikkelde een 100-100-100 scholenprogramma voor het vmbo.

Waarom een 100-100-100 scholenversie?

Sinds schooljaar 2016/2017 is in het beroepsgerichte vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) een onderwijsvernieuwing van kracht. In plaats van 5 sectoren voor de beroepsgerichte vakken, zijn er nu 10 profielen. In 2 van die profielen staan duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) in de kern van het nieuwe examenprogramma. Docenten willen graag invulling geven aan een toetsbare kennisbasis duurzaamheid, maar voor velen is dit een ‘nieuwe tak van sport’. De scholenversie 100-100-100 biedt heldere leerdoelen voor duurzaam handelen, leren en werken in een circulaire economie. Juist met oog op die nieuwe examens.

De Graaf: “Een duurzame circulaire economie begint met werken zonder afval. Afval zien als grondstof biedt volop concrete en inspirerende aanknopingspunten om met leerlingen aan te werken.”

De 100-100-100 scholenversie is gebaseerd op 100-100-100 voor huishoudens. Het werken met weekopdrachten en het plaatsen van berichten op een digitaal prikbord is daarvan afgeleid. De jongeren leren wat hun bijdrage kan zijn aan 100% afvalvrij leven. Op dit moment is 100 dagen nog lastig te implementeren i.v.m. schoolvakanties en lesblokken.

Wat kunnen we bereiken met 100-100-100 scholenversie?

De missie van IKcircuLEER is structureel duurzaam (beroeps)onderwijs versneld mogelijk te maken. Met het vmbo is nu de start gemaakt omdat daar nu de kansen liggen met de nieuwe beroepsgerichte profielen. Vanwege de toegankelijkheid van het taalniveau kan deze scholenversie in de toekomst eenvoudig worden omgezet naar een andere onderwijsniveau.

De Graaf: “Veel jongeren ervaren het lineair economisch model als enorm onlogisch. Door hen inspirerende circulaire alternatieven te tonen, en hen uit te nodigen daar aan bij te dragen, krijgen ze verantwoordelijkheid en kansen voor hun eigen toekomst.”

Wie doen er al mee?

De testfase voor de 100-100-100 scholenversie is door 2 groepen van Overijsselse scholen uitgevoerd: het Carmel College Salland en SG Eekeringe. In Friesland hebben 2 scholen meegedaan aan een deel van de test. De bevindingen worden op 14 december tussen 12 en 14 uur gepresenteerd tijdens een lunchbijeenkomst in het kader van het DuurzaamDoor Festival in het Stedelijk Museum te Zwolle.

En hoe gaat het nu verder? De Graaf: “In 2017 zal de scholenversie verder worden aangepast en uitgewerkt met de kennis van nu, waarna de lancering van definitieve 100-100-100 scholenversie zal plaatsvinden.”

Wat kunt u als gemeente hiermee?

Gemeenten kunnen samenwerking in de regio stimuleren voor de transitie naar circulaire economie (SER-advies). De 100-100-100 voor scholen (en huishoudens) kan hierbij als uitgangspunt worden gebruikt om verschillende partijen aan tafel te krijgen.

Gemeentes of bedrijven die kennis en vaardigheden voor een circulaire economie een warm hart toedragen kunnen ook een school(klas) 'adopteren’, waarmee ze het bijvoorbeeld financieel mogelijk maken om deel te nemen. Voor gemeentes die deelnemen aan 100-100-100 voor huishoudens is dit zeker ook interessant om via de jongeren dit te versterken en te verdiepen.

De Graaf: “Het zou een mooie stap zijn als we dit lesprogramma als uitgangspunt kunnen nemen voor een integrale lokale aanpak van circulaire economie. Bijvoorbeeld in de vorm van ronde-tafel-gesprekken of inspiratiesessies. Zowel scholen, gemeenten, afvalstoffeninzamelaars en andere relevante partijen kunnen hierbij worden betrokken.”

Implementatie van circulaire economie kan ook op praktische belemmeringen stuiten. Een voorbeeld daarvan is het organiseren van de gescheiden inzameling van bedrijfsafval, zoals bij scholen en sportverenigingen. De Graaf: “Een goede eerste stap hiervoor zou zijn dat de verschillende betrokkenen bij elkaar moeten gaan zitten om met elkaar een gemeenschappelijke doel te formuleren t.a.v. circulaire economie.”


Liedewij de Graaf 2

Hoe werkt de 100-100-100 scholenversie?

Het programma werkt met verschillende verschillende thema’s, bijvoorbeeld:

  • Eindeloze ontwerpen van afgedankte kleding
  • Plastic soep voorkomen, opruimen en up-cyclen
  • Wat is jouw food-print

Gaandeweg worden er nieuwe thema’s toegevoegd. Per thema werken leerlingen een week lang in verschillende lessen aan een aantal opdrachten. De school gebruikt een digitaal platform voor weekopdrachten en achtergrondinformatie zoals korte video’s. De leerlingen kunnen bijvoorbeeld een filmpje bekijken over het scheiden en upcyclen van afval. Elke leerling heeft een eigen online account waar ze resultaten op kunnen plaatsen. Leerlingen uit een klas kunnen onderling elkaars posts zien en op elkaar reageren. Iedere klas maakt per week een samenvatting die voor alle deelnemers zichtbaar is. Zo blijven de verschillende klassen die deelnemen van elkaar op de hoogte.