Afvalcijfers CBS 2014 ‘goede nulmeting’


De hoeveelheid huishoudelijk restafval daalde in de jaren voor de start van VANG – Huishoudelijk Afval. Dat tonen de laatste afvalcijfers van het CBS voor het jaar 2014 aan. VANG-adviseur Marijn Teernstra ziet de cijfers als een goede nulmeting. “Bij gemeenten gebeurt nu heel veel, dat zien we pas over een paar jaar terug.”

Ten opzichte van 2013 daalt de hoeveelheid huishoudelijk restafval in 2014 met 61 kiloton tot 3464 kiloton. Het bevestigt de trend dat de hoeveelheid huishoudelijk restafval daalt: sinds 2007 met 12%. Teernstra: “Deels zie je hier de effecten van de economische crisis terug. In een laagconjunctuur heb je minder afval. Bij gemeenten gebeurt nu heel veel, maar deze cijfers zeggen nog weinig over de effecten van het VANG-programma. Dat is vorig jaar opgestart en dit jaar echt op gang gekomen bij gemeenten. De effecten zie je pas na een paar jaar terug.”

Koplopers en achterblijvers

Uit de CBS-cijfers blijkt dat 498 kilo afval per persoon aan huishoudelijk afval wordt geproduceerd. Hiervan wordt iets meer dan de helft (52%) gescheiden ingezameld. Per persoon wordt dus nog 238 kilo restafval geproduceerd: 138 kilo boven de doelstelling voor 2020. Volgens Teernstra zijn er nog genoeg gemeenten die kunnen verbeteren. “Het verschil tussen de koplopers en achterblijvers is groot. Koplopers laten zien dat onder de 100 kilo restafval heel realistisch is. Tussen hen en de achterblijvers zit een groot gat.”

Capaciteit en ambitie

Oorzaken voor de verschillen ziet Teernstra vooral in ambitie uitspreken en dit koppelen aan een goed doordacht beleid. “Je durven te committeren blijkt een goede manier om op terug te vallen als het aankomt op de uitvoering en uitwerking van het beleid. Het VANG-programma richt zich daarom zowel op beleidsmedewerkers als op bestuurders. Bij beleidsmedewerkers richten we ons onder meer op kennisdeling. Bestuurders stimuleren we om ze hun ambitie uit te laten spreken, zoals met het Bestuursakkoord huishoudelijk afval. ”

Succesvolle prikkels

In de uitvoering ziet hij dat de gemeenten die succesvol zijn twee knoppen indrukken: die van de financiële en die van de serviceprikkel. Teernstra tot slot: “Goed scheiden belonen met enerzijds lage tarieven en anderzijds het juiste inzamelingsgemak sorteren tot nu toe het meeste succes.”