Minder dan 30 kilo restafval per jaar? Dat halen we makkelijk!


Minder dan 30 kilo restafval per jaar? Dat halen we makkelijk! Na mijn eigen ervaringen met het initiatief 100-100-100 weet ik nóg meer dan ooit dat het vooral aankomt op willen! Eind december 2015 gaf ik al aan dat ik uitkeek naar het moment waarop ik met mijn gezin ook deel kon nemen aan een 100-100-100-traject. Op 14 maart was het al zover: ook wij konden samen met zo'n 400 andere huishoudens in het Cyclusgebied meedoen.

100-100-100

Het idee achter 100-100-100 is inmiddels algemeen bekend: hoever komen (minimaal) 100 huishoudens in 100 dagen richting 100% afvalvrij? Afvalvrij moeten we hier zien als "zonder huishoudelijk restafval". Via een online platform krijgen de deelnemers wekelijks opdrachten waarmee diverse kanten van de afvalproductie en -verwerking belicht worden. Hier kunnen ze vragen stellen en beantwoorden en tips delen om tot verbeteringen te komen. Hierdoor ontstaat al snel een community van experts van onschatbare waarde. In de periode tot en met 21 juni hebben we veel interessante opdrachten gekregen. De eerste was misschien wel gelijk ook de beste: waar in het huishouden ontstaat het afval en hoe is de inzameling daarop uitgerust? De inzichten die in die eerste week ontstonden zijn zo waardevol. Of het nu gaat om verpakkingen of om andere manieren om minder afval te produceren. Je zou deelname bijna verplicht stellen voor alle wethouders, ambtenaren en werknemers op het gebied van afval.

Groene burgers

Ik besef me dat deelnemende huishoudens vooral of misschien wel uitsluitend groene burgers zijn. Mensen die al heel actief betrokken zijn met het milieu en afvalscheiding en die willen kijken wat er nog meer mogelijk is. Deze stelling werd al onderschreven op de introductieavond. Richting de milieustraat werd het steeds drukker met fietsers die allemaal voor hetzelfde doel op pad waren. Zoveel fietsen heb ik daar denk ik niet eerder tegelijk zien staan. De tweede aanwijzing dat het hier gaat om de meest betrokken burgers blijkt wel uit de  afvalmetingen. Wekelijks moeten we niet alleen opdrachten uitvoeren, maar ook onze restafvalproductie wegen en doorgeven. Het landelijk gemiddelde ligt op ongeveer 9 kilogram per huishouden per week en het gemiddelde van de deelnemende gemeenten op 11 kilogram per week. Het gemiddelde van de eerste week van 400 huishoudens lag een stuk lager: 2,5 kilogram. Deze laatste hoeveelheid hebben we in de afgelopen weken zien afnemen tot net iets meer dan 1 kilogram per week per huishouden. Blijkbaar was er bij deze groene burgers toch nog een enorme winst te behalen.

Verpakkingen

Naast gft-afval, luiers en apparaten ging het de afgelopen 100 dagen vooral over verpakkingen, verpakkingen en nog meer verpakkingen. De toon hiervoor werd al gezet in de opdracht van week twee: hoeveel nieuwe verpakkingen worden elke dag in uw huishouden geopend? Landelijk gemiddeld zou het gaan om 7 per persoon per dag. Die hoeveelheid hebben wij niet gehaald. We kwamen die week niet verder dan 2,75 verpakkingen per persoon per dag.

De stortvloed aan tips om het aantal verpakkingen te verminderen is sinds die week niet meer opgehouden. Van speciale zakken om brood zonder broodzak te halen, doeken om kaas onverpakt te kopen tot aan noten en champignons met eigen voorraaddozen halen. Ook winkels die chips in recyclebare verpakkingen verkopen kwamen veelvuldig voorbij.

We moeten denk ik heel kritisch kijken naar het gebruik van verpakkingen. Het bekende doosje om de tube tandpasta is natuurlijk te zot voor woorden in deze tijd. Ook de verpakking om een verpakking zodat andere verpakkingen verpakt worden is vaak totaal niet nodig. We moeten alleen niet alle verpakkingen over één kam scheren. Ze zorgen er ook voor dat producten niet stukgaan en en beter bewaard kunnen blijven.

VANG-HHA-doelen

Naast het grote enthousiasme proef ik ook heel veel scepsis.  Alsof het niet haalbaar zou zijn. Met mijn eigen 100-100-100-ervaringen nog scherp op mijn netvlies weet ik zeker dat we die 30 kilogram makkelijk moeten kunnen halen op termijn. Gebaseerd op die 100 dagen komen we met vier personen op gemiddeld 6 kilogram voor het hele huishouden per jaar, ofwel 1,5 kilogram per inwoner per jaar. Oké, misschien is het voor mij iets makkelijker praten. We hebben geen katten in huis, beide dochters zijn al 13 tot 15 jaar uit de luiers en de afgelopen 100 dagen is er geen servies gesneuveld. Toch wordt het succes volledig bepaald door de wil om het afval te scheiden. Waarom immers moeilijk doen met restafval als de verschillende fracties makkelijk apart te houden zijn en af te voeren? Daar hebben wij blijkbaar geen diftar of omgekeerd inzamelen voor nodig.

Dit versterkt ook mijn overtuiging dat we het als beleidsmakers nog zo mooi kunnen regelen voor de burgers, maar het succes valt en staat met de bereidwilligheid van hen om er iets mee te doen. Het is dan ook goed dat we vanuit VANG-HHA het 100-100-100-project blijven uitrollen, dat we meer en meer aan de slag zijn gegaan met de inzet van gedragsbeïnvloeding richting burgers en ook goed gaan kijken naar de hele communicatie rond afvalpreventie en -afvalscheiding. Want als velen van deze diep groene burgers niet weten dat ook textiel met een gat erin of een ontbrekende knoop gewoon in de textielbak mag, hebben we nog een wereld te winnen.


100 100 100 restafval wegen 1

De hoeveelheid afval in een van de weken: 20 gram

Cyclusgebied

Aan 100-100-100 deden mee: Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Capelle aan den IJssel, Gouda, Kaag en Braassem, Krimpenerwaard, Nieuwkoop, Waddinxveen, Woerden, Zoetermeer en Zuidplas