Rotterdam, stad van uitersten in beweging


Een generalistische aanpak van huishoudelijk restafval is niet overal even makkelijk, meent senior adviseur Stadsbeheer in Rotterdam Patricia Lemen. Toch houdt zij de moed erin. Waarom? ‘Beetje bij beetje beweegt de massa zich tegen de hardcore-afvalscheiders aan.’

“Rotterdam is een stad van uitersten. De Skyline versus het strand op de Hoek zeg maar. Dichte bebouwing, smalle stegen, drukke winkelstraten, met de tram soms boven en de metro onder. Maar ook romantische dorpsgezichten met kronkelige paadjes door het groen. Zo divers als onze stad is, zijn ook de woningen en de burgers zelf. Die mengelmoes is leuk, heel leuk zelfs. Het maakt de stad de stad. En tegelijkertijd maakt de diversiteit het op sommige vlakken moeilijk om iets voor de hele stad te doen.”

75% hoogbouw

“Afvalinzameling en -scheiding is bij uitstek zo’n onderwerp. Als Rotterdam scoren we geen hoge percentages. De VANG-ambities zijn op sommige locaties best haalbaar (het blijven wel Rotterdammers), maar in andere delen van de stad zijn ze een regelrecht hoofdpijndossier. Afvalscheiding in de hoogbouw is lastig, daar zijn we het over eens. Zo’n 75 procent van de Rotterdamse woningen is hoogbouw of gestapelde bouw. In sommige straten hebben we een mix van eengezinswoningen, flats, portiekwoningen en gestapelde woningen met een tuin op de begane grond. Geef je de één een kliko, de andere een wijkcontainer en zeg je tegen de ene buurman dat hij wel mee moet doen met gft en de andere buurman niet? Ook de ene tuin is de andere niet. Soms kun je de kliko beter een gps-systeem meegeven, anders ben je zeker drie weken bezig om ‘m te zoeken. De andere Rotterdammer heeft een tuin zo groot als een postzegel, waarbij de verjaardagsvisite rond de kliko zou moeten zitten. De ene straat leent zich perfect voor een milieustraat met alle mono-stromen op een rij. Bij de andere past het simpelweg niet, omdat de bovengrond, en nog belangrijker, de ondergrond te druk is.”

Diverse inwoners

“Daarnaast hebben we nog een aantal Engelse uitdrukkingen die op sommige van onze inwoners van toepassing zijn, zoals: ’not in my backyard’ en ‘not my cup of tea’. De ene burger vindt gelukkig dat we zwaar achter lopen: ‘Ik heb dus geen restafval, wel een composthoop en ik laat het verpakkingsmateriaal in de supermarkt‘. Maar we hebben ook een ouder stel dat wekelijks met gemak twee grote restafvalcontainers vol krijgt. Of iemand met 90 kilo kattenbakgrint (niet biologisch afbreekbaar) per week en mensen die geen containers willen aanraken en daarom niet ‘kunnen’ scheiden. We hebben wijken waar mensen moeite hebben om het achter de voordeur voor zichzelf te regelen, laat staan dat ze aan afvalscheiding denken. Die uitersten maken dat landelijke doelstellingen en aanpakken niet zo maar werken. Sommige gebieden lenen zich er geweldig voor, maar in andere gebieden (helaas het grootste gedeelte van Rotterdam) wordt en is elk procent extra afvalscheiding zwaarbevochten.”

Prachtige initiatieven

“Is dit nu een zwaarmoedig verhaal? Nee, zeker niet. Rotterdam heeft de afgelopen drie jaar al prachtige stappen gemaakt. Ja, het is zo dat 100 kilo nog ver weg is voor de hele stad. Tegelijkertijd zien we zulke mooie dingen! Onze gescheiden stromen nemen toe en het restafval neemt af. We hebben prachtige initiatieven van burgers, ondernemers, scholen en buurtverenigingen. Als gemeente informeren, faciliteren, koesteren en enthousiasmeren we alsof we wel al voor 100 kilo gaan. De grote massa beweegt beetje bij beetje richting de hardcore-afvalscheiders. Dat is ook wat de komende jaren nodig is. Afval scheiden moet de norm zijn en niet de uitzondering, ook daar waar het lastig is. Een huizenhoog cliché, dat dan wel weer naadloos in onze skyline past!”


Patricia Lemen

Patricia Lemen
Senior adviseur
Stadsbeheer Rotterdam