Van een goede voorbereiding via draagvlak naar actie


Co-creatie is populair en complexe plannen vragen meer tijd. Dat blijkt onder meer uit de eerste voortgangsrapportages van de 14 gemeenten die door VANG-HHA financieel worden ondersteund. Het eerste afgeronde project, met wasbare luiers in Raalte, laat positieve resultaten zien.

De voorbereidingen van de meeste plannen zijn inmiddels afgerond, constateert Cees Riksen, adviseur Afval en Materialen. “Wel zie je dat de ambitieuze plannen meer tijd vragen. Neem Deventer, dat wil samenwerken met de Universiteit van Wageningen, omdat de WUR al participeert in innovatieve verwerkingsinitiatieven die voor het project interessant kunnen zijn. Zo’n wetenschappelijke aanpak vraagt meer tijd.”

Geslaagd luierproject

Het eerste afgeronde project, met wasbare luiers in Raalte, heeft positieve resultaten opgeleverd. “Na een werving die wat moeilijk op gang kwam zijn uiteindelijk hele positieve resultaten gehaald. Aan de pilot wasbare luiers hebben 23 ouders meegedaan. Hiervan gaat 83 procent na de pilot door met het gebruik van de wasbare luiers. In de pilotperiode van 8 weken bespaarden deze ouders bijna 10.000 luiers met een gewicht van 2490 kg. 75 procent van de ouders adviseert vrienden wasbare luiers te gebruiken.

Inspraakavonden en burgerpanels

Het valt Riksen op dat steeds meer gemeenten al in de voorbereidende fase de samenwerking zoeken met hun inwoners om te zorgen voor voldoende draagvlak. “Delft zoekt bijvoorbeeld naar een oplossing voor het ruimtegebrek voor containers in het binnenstedelijke gebied. Ruimte is daar een probleem. Uit inspraakavonden met inwoners is nu een oplossing gekomen waar iedereen tevreden mee is. Overdag staan verschillende afvalcontainers op een parkeerplaats, ’s avonds zijn ze weggehaald en zo houden de inwoners genoeg parkeerplaatsen.” Ook Maastricht pakt de plannen in samenwerking met de inwoners op. “Burgerpanels gaan daar samen met de gemeente hun pilots voor gft, luiers, textiel en grofvuil vormgeven.”

Draagvlak zorgt voor succes

Riksen benadrukt dat deze ontwikkeling een positief effect heeft op de slagingskans van projecten. “Het succes van de maatregelen die in de pilots worden getoetst is mede afhankelijk van voldoende draagvlak. In eerste instantie binnen de eigen organisatie, maar uiteraard ook bij de inwoners die uiteindelijk te maken krijgen met de maatregelen. Hoe meer je die dus bij je aanpak betrekt, hoe meer ze bereid zijn om bij te dragen aan veranderingen.”