Autoriteit Persoonsgegevens neemt besluit in de zaak Arnhem


De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft uitspraak gedaan in de zaak Arnhem. De AP concludeert dat op deze afvalcontainer persoonsgegevens worden verwerkt zonder dat dit, op dit moment, noodzakelijk is voor de publiekrechtelijke taak van de gemeente Arnhem.

In theorie zou via een koppeling van bestanden achterhaald kunnen worden door welk adres er gestort is. Daarmee wordt in strijd gehandeld met de Wet Bescherming Persoonsgegevens, ook al wil de gemeente Arnhem deze koppeling helemaal niet maken.

Omdat Arnhem per 1 januari 2018 naar alle waarschijnlijkheid overstapt op het Diftar systeem, zal de gemeente vanaf dat moment een doeleinde hebben voor de verwerking van persoonsgegevens. De AP ziet in het kader van de invoering van het Diftar systeem af van handhaving. Duidelijk is dus dat bij een Diftar systeem stortgegevens mogen worden gekoppeld aan adressen.

De NVRD zal in de aankomende periode contact opnemen met de AP om verder te spreken over het besluit en over het komen tot een overzicht van gerechtvaardigde doelen voor het gebruik van afvalpassen gekoppeld aan adressen. Op dit moment wordt in samenwerking met Hekkelman Advocaten al gewerkt aan een concept privacyverklaring waarmee gemeenten en afvalinzamelaars burgers kunnen informeren over de reden waarom en de wijze waarop in het kader van afvalinzameling met persoonsgegevens wordt omgegaan. Ook wordt gewerkt aan een intern werkend privacy protocol voor zowel gemeenten als afvalinzamelaars.

Voor meer informatie over het privacy dossier kunt u contact opnemen met Evelien Mertens (mertens@nvrd.nl / 088 – 377 00 27)

Bron: NVRD


privacy