De toekomst van ons afval?

Afval leeft! Het onderwerp staat vol in de schijnwerpers en op agenda’s.  In dit artikel benoemt Addie Weenk enkele knelpunten en schets hij zijn beeld van een doelmatig toekomstig inzamelsysteem. Ook noemt hij enkele benodigde ontwikkelingen en innovaties om zo’n systeem mogelijk te maken.

De aandacht voor circulaire economie in Nederland en de concrete 100-kilogramdoelstelling voor huishoudelijk restafval in het publiek kader maken dat zeer veel gemeenten werken aan plannen voor diftar en/of omgekeerd inzamelen. Ook bestaan er veel plannen voor nascheiding. En dan te weten dat bijna de helft van de gemeenten diftar en/of omgekeerd inzamelen al heeft ingevoerd en zo’n veertig gemeenten al werken met een combinatie van bron- en nascheiding.

Hobbels en dilemma’s

Na deze positieve aftrap zijn er ook wat hobbels en dilemma’s te melden. Zo wekt nascheiding bij veel gemeentelijke bestuurders duidelijk teveel verwachtingen. Men denkt dat bronscheiding niet meer nodig is en dat ondermijnt de plannen in die richting. Zelfs een enkele hoogleraar laat zich verleiden door technologie-hoop en de lekker-alles-bij-elkaar-gedachte. Maar nascheiding is geen oplossing voor papier, glas en vooral niet voor GFT. Het GF-deel wordt bij nascheiding namelijk voor een klein deel vergist en in biogas omgezet, maar voor het resterende (vervuilde) digestaat is nog geen circulaire oplossing. Daarnaast lijkt het PMD uit de nascheiding niet zomaar in te zetten als echt hoogwaardige grondstof, met name door de scheidingsproblemen, vervuiling en geur die het GF veroorzaakt.

KeuzestressEen ander issue is de kwaliteit van het brongescheiden PMD. Dat blijkt steeds meer "stoorstoffen" te bevatten: ander plastic en ander afval. Dat levert problemen op voor de sorteerders. En het Afvalfonds Verpakkingen vindt dat het gevolgen zou moeten hebben voor de hoogte van de vergoeding. Dat levert flinke discussies op. Voor de burger zijn de scheidingsregels voor PMD ook best verwarrend en onlogisch. Ik noem even het inmiddels beroemde duo chipszak en badeendje. Bij de PMD-sortering blijkt verder dat het blik vervuild is door ingeklemd plastic, met name folies, en daardoor niet goed afzetbaar. Dit alles maakt dat gemeenten inmiddels behoorlijk in hun maag zitten met de verantwoordelijkheid voor de sortering en vermarkting van kunststof. Het verhaal van de schoenmaker en zijn leest?

Een grote uitdaging voor de afval-is-grondstof doelstelling is het GFT, ongeveer een derde van het fijn restafval in NL! We scheiden de tuinfractie heel goed, maar de groente-, fruit- en etensresten verdwijnen nog grotendeels in het restafval, ook in de laagbouw. Dit levert een groot verlies aan grondstoffen op. Daarnaast vormt het ongescheiden GF, zoals al gezegd, ook een grote verstorende factor voor nascheiding. Gelukkig zijn er ontwikkelingen te zien in inzamelsystemen en gedragsbeïnvloeding die de GFT-bronscheidingsuitdaging aan gaan. Ik kom daar later op terug.

Op het grensvlak van afvalbeheer en het beheer van de openbare ruimte zien veel gemeenten liever geen (PMD of restafval) zakken meer aan de straat. Ook aangeboden minicontainers vormen eigenlijk een verstoring van het straatbeeld. Daar komt bij dat in de laagbouw mensen soms vier containers bij de voordeur hebben. Dat mensen dat accepteren getuigt trouwens wel van een grote offerbereidheid voor gescheiden inzameling. Ik vraag me wel ernstig af of de inzameling met zakken en/of minicontainer in stedelijk gebied toekomstbestendig is.

Een flinke sta-in-de-weg richting stedelijke circulariteit is de regelgeving en gemaakte afspraken die belemmeren dat gemeenten ook de zorg over op huishoudelijk afval gelijkend bedrijfsafval op zich mogen nemen. Dit levert forse nadelen op zoals inefficiënte inzameling, hinder door de vele inzamelvoertuigen en, last but not least, een slechte scheiding en recycling van dat bedrijfsafval. Het schijnt dat Nederland daar internationaal gezien een treurige uitzondering in is. Hier liggen dus grote kansen!

Waar zou het heen kunnen gaan?

Zoals de titel doet vermoeden zie ik, na enkele slapeloze maar productieve nachten en veel sparren, veel heil in een slimme combinatie van bron- en nascheiding. Essentiële elementen van een dergelijk totaalsysteem zijn wat mij betreft:

  • Gemeenten verzorgen/regisseren de stedelijke afvalinzameling: bij huishoudens, kantoren, winkels en dienstverlenende bedrijven (KWD). In de openbare ruimte (prullenbakken, veegvuil). En ook bij campings, bungalowparken, evenementen, scholen, verenigingen en markten.
  • Veel (ondergrondse) verzamelcontainers in stedelijk gebied. Geen zakken of individuele minicontainers meer los aan de straat.
  • Bronscheiding van GFT, glas, papier en textiel. Extra aandacht voor GF-scheiding bij alle bronnen, dus ook bij KWD, openbare ruimte, campings, evenementen, scholen, verenigingen en markten. Aansluitend op een robuust verwerkingsproces van GFT dat diverse hoogwaardige producten levert.
  • Nascheiding voor het ‘droge’ fijn huishoudelijk restafval (inclusief PMD) en het GF-loze afval van kantoren, winkels en dienstverlenende bedrijven, afval uit de openbare ruimte (prullenbakken, veegvuil, opgeruimd zwerfafval) en afval van campings, bungalowparken, evenementen, scholen, verenigingen en markten. Daarmee kunnen dan ook nog resten glas, textiel en misschien zelfs papier teruggewonnen worden.
  • Grote rol van digitale marktplaatsen en kringloopbedrijvigheid voor herbruikbare goederen. Afvang bij milieustraten. Wellicht ook verzamelcontainers voor zoiets als de BEST-tas (boeken, elektronica, speelgoed en textiel).
  • Milieustraten blijven een grote rol spelen als het gaat om bronscheiding van grof afval en KCA. Extra dienstverlening is wel wenselijk, met o.a. een brengpunt voor herbruikbare goederen aan de start van de straat, uitleen van aanhangwagens, niet-destructieve haalservice en actieve hulp op de milieustraat zelf. Nascheiding voor grof restafval levert de finishing touch en flinke hoeveelheden grondstoffen.

Route afval.

Wat is er voor nodig?

Een belangrijke randvoorwaarde en uitdaging in het beschreven beeld is de bronscheiding van met name groente-, fruit- en etensresten. Ik zie daartoe diverse mooie ontwikkelingen, kansen en ook wel wat wenselijke innovaties. Verheugende ontwikkelingen vind ik bijvoorbeeld de herinvoering van de GFT-inzameling in de Rotterdamse laagbouw, de vele, door de gemeente gesteunde buurtcomposteringsinitiatieven in grote steden als Amsterdam en Den Haag, producenten van verzamelcontainers die werken aan compacte, geurloze GF-inzameloplossingen, de opkomst van kleine ‘turbo’ composteerinstallaties voor de horeca (compost in 24 uur) en natuurlijk het omvangrijke VANG-HHA project voor verbetering van afvalscheiding in de hoogbouw. Een idee dat zeker uit het oogpunt van gedrag verdere uitwerking verdient is dat van de GF-vermaler in de hoogbouw waarbij de vermalen stroom apart wordt opgevangen t.b.v. hoogwaardige verwerking.

Van belang is in deze projecten optimaal gebruik te maken van de steeds beter beschikbaar komende gedragskennis. Slimme combinaties van voorzieningen (gelegenheid), voorlichting, kennisoverdracht, hulpmiddelen in huis en motiveringstechnieken kunnen zorgen voor blijvend goed scheidingsgedrag. Om het belang van GFT-bronscheiding te onderstrepen is wat mij betreft een expliciete scheidingsplicht/gebod, of een verbod op ontdoening van GFT in het restafval wenselijk.

Gewenst gedrag en motivatieKader: "Een prachtig voorbeeld van project waarin motivering en kennisoverdracht sterk zijn gecombineerd is de (preventieve) handhavingsactie in Tilburg: controle van de restafvalbakken. Daarbij was het niet zozeer de bedoeling boetes uit te delen, maar wel om mensen te wijzen op hun scheidingsplicht, in gesprek te komen en desgewenst voor te lichten over de gewenste wijze van afvalscheiding. Strakke normcommunicatie!"

Naast een goede GFT-bronscheiding is een innovatieve verwerking nodig, zodat deze robuuster wordt en ook meer hoogwaardige producten oplevert, zoals biochemicaliën. Robuuster heeft betrekking op het aankunnen van organische stromen die wellicht niet helemaal schoon en zuiver zijn. Dan zouden bijvoorbeeld mensen in de hoogbouw met stevige zakjes hun GF-afval in de verzamelcontainer kunnen deponeren. Het risico om met een lekkend/scheurend GF-zakje in de lift te staan is namelijk niet echt motiverend… En ook bermmaaisel is dan wellicht een mooie stroom voor verwerking.

Als laatste denk ik dat gemeenten (wettelijk) de regie zouden moeten krijgen over stedelijk afval dat lijkt op huishoudelijk afval, zoals afval van KWD, evenementen, campings, scholen en verenigingen. Daarbij hoort dan ook dat de producentenverantwoordelijk voor verpakkingsafval daadwerkelijk voor al dat verpakkingsafval geldt, niet alleen voor het huishoudelijke en recyclebare deel. Dan gaan die producenten hopelijk ook in de ontwerpfase harder sturen op de recyclebaarheid van die verpakkingen.

Perspectief

Bovenbeschreven systeem zou een grote sprong in circulariteit op kunnen leveren. En een oplossing bieden voor de eerdergenoemde hobbels en dilemma’s. Het zou ook bij kunnen dragen aan een harmonisatie van gemeentelijke systemen. Daarbij hebben gemeenten dan ook gelijk minder zorgen over sortering en vermarkting van hun PMD-stromen. Ook denk ik dat het internationaal goed uitrolbaar is. In bepaalde landen zie ik niet gauw een goede en uitgebreide bronscheiding van de grond komen. Scheiding van organisch afval is dan wellicht wel goed uit en op te leggen.

Ik zie het al voor me: een Europees netwerk van zgn. hubs voor GFT-verwerking en nascheidingsinstallaties voor droog fijn en grof restafval. Oh ja, en nog een paar kleine verbrandingsinstallaties…

Ik ben bijzonder benieuwd naar uw mening en visie. Reacties van welke aard dan ook zijn van harte welkom!

(Addie Weenk, opiniestuk op persoonlijke titel, als bijdrage aan de transitie van de keten consumptiegoederen naar een circulaire economie)