‘Stop met het zoeken naar een totaaloplossing’

In Oldenzaal en Enschede willen hoogbouwbewoners hun gft-afval kwijt

Na de invoering van diftar op 1 januari 2017 in de gemeenten Oldenzaal en Enschede wilden hoogbouwbewoners ook hun groente-, fruit- en tuinafval (gft) ergens kwijt. Bas Assink van inzamelaar Twente Milieu: ‘Vóór de maatregel hadden we geen voorzieningen voor het gft-afval bij de hoogbouw. Maar bewoners in de hoogbouw vonden het niet eerlijk dat zij al hun gft bij het restafval moesten gooien. Daarom zijn we in 2017 gestart met een aantal proeven.’

In Enschede leverden hoogbouwbewoners in 2016 214 kg restafval per persoon per jaar in. Dit is hoger dan het gemiddelde van de hele stad: 205 kg. Bij de hoogbouw in Oldenzaal stond in 2016 de teller op 151 kg restafval per persoon per jaar. Lager dan het gemiddelde van de hele stad: 187 kg. Assink: ‘Het verschil tussen de 2 gemeenten is grotendeels te verklaren doordat we voor het restafval in Enschede open bovengrondse containers hadden en in Oldenzaal ondergrondse containers met pastoegang. Met de invoering van diftar hebben we vanaf 2017 in beide gemeenten ondergrondse containers met pastoegang. Het logische gevolg zou dus minder restafval moeten zijn, dat wijzen de cijfers ook uit.  In Enschede had de hoogbouw in 2017 203 kg restafval per huishouden per jaar, terwijl de laagbouw op gemiddeld 309 kg zat. Bij Oldenzaal levert de hoogbouw in 2017 158 kg restafval per huishouden restafval in. De laagbouw gemiddeld 265 kg.’

Meer voorzieningen

Hoogbouwbewoners hadden voor de invoering van diftar weinig mogelijkheden om afval te scheiden. Assink: ‘Eerst vonden hoogbouwbewoners het prima om alles in de restafvalzak te stoppen. Maar omdat ze met diftar per zak betalen, is de vraag voor meer voorzieningen gestegen. In plaats van alleen een restafvalcontainer heeft deze groep bewoners nu ook een ondergrondse container voor papier en een bovengrondse container voor PMD (plastic, metalen verpakkingen en drankenkartons). Glas en textiel kunnen bewoners kwijt bij supermarkten.’

Proeflocaties gft

Verder is Twente Milieu in beide gemeenten gestart met diverse gft-proeven bij hoogbouwlocaties. ‘Allereerst bieden we een minicontainer van 140 l of 240 l aan die bewoners op hun eigen grond neer kunnen zetten of delen met andere flatbewoners. Daarnaast hebben we in Oldenzaal 4 proeflocaties en in Enschede 4. Op deze locaties zetten we bij elke flat minstens 1 bovengrondse cocon van zwart staal met pastoegang neer. En proberen we een jaar lang verschillende combinaties. Zo zetten we in Enschede bij 2 flats 3 cocons neer (33 aansluitingen per cocon) en bij 2 andere locaties 2 cocons (44 aansluitingen per cocon). In Oldenzaal krijgen hoogbouwbewoners toegang tot 1 cocon (20 aansluitingen per cocon) zonder uitwijkmogelijkheden.’

Eerste waarnemingen

‘Uit de tussentijdens evaluatie op 18 september 2017 kwam dat ongeveer 2/3 van de doelgroep gebruik heeft gemaakt van de containers. Dit waren ongeveer 351 huishoudens van de 527. Omdat de containers mee gaan in de reguliere route, kunnen we niet precies zeggen hoeveel kg gft we hebben opgehaald. De vullingsgraad is wel bijgehouden: 40%. Naar aanleiding van de verzamelde gegevens deden we interventies. Het bleek dat maar weinig flatbewoners daadwerkelijk gebruik maakten van de gft-cocons. In Oldenzaal bleek dat 20 aansluitingen op 1 cocon prima ging. We hebben voor het tweede deel van de proef nu dus 40 aansluitingen toegevoegd. In Enschede gingen we op locaties waar 3 cocons stonden naar 2 cocons. Op de locaties met 2 cocons werken we nu met cijferstickers. In de ene cocon mogen flatbewoners met een even huisnummer hun gft-afval doen. Bewoners met oneven huisnummers krijgen toegang tot de andere cocon. De reden voor deze interventie was de scheve verdeling van het gft-afval. De eerste container waar bewoners tegen aanliepen, zat voller dan de tweede. Hiermee proberen we te zorgen voor een betere verspreiding van het gft-afval.’

Op het gebied van kwaliteit doen de proeven het erg goed. ‘In beide gemeenten zien we veel afbreekbare zakjes en bijna geen restafvalzakken of plastic. De mindere vervuiling komt denk ik door de toegangscontrole. Bewoners hebben het idee dat je ze in de gaten houdt. Dat zorgt blijkbaar dat ze zich beter aan de regels houden.’

Flyers en enquêtes

Assink en zijn collega’s blijven bewust uit de keuken van bewoners. ‘Iedereen heeft een eigen oplossing of manier om afval te scheiden. Wel hebben we in bewonersbrieven aangeboden om een afvalcoach langs te sturen om vragen te beantwoorden over diftar en over de proeven. Ook zijn er verschillende enquêtes geweest. Hieruit bleek vooral dat bewoners niet goed wisten wat wel en niet bij het gft mag. Naar aanleiding daarvan hebben we flyers en infographics gemaakt met een korte uitleg over wat wel en niet in de gft-cocon mag. In de toekomst zouden we meer kunnen doen aan communicatie, maar we willen eerst de inzamelmiddelen op orde hebben.’

Hoe verder?

‘In maart of april 2018 is de eindevaluatie. Dan moet blijken welke methode het beste werkt. We weten wel al dat de aannemer het ontwerp van de cocon misschien moet aanpassen. De klep, geschikt voor een 10 literzak, zit namelijk vrij hoog en bewoners vinden het lastig om grote zakken zo hoog op te tillen en erin te gooien. En omdat we beseffen dat voor een deel van de inwoners ook een financiële prikkel niet stimuleert tot afvalscheiding, bekijken we de opties voor omgekeerd inzamelen in Oldenzaal en Enschede. Dat betekent dat we zowel voor hoogbouw als laagbouw de restafvalcontainers verder weg zetten. Ten slotte denk ik dat we moeten stoppen met het zoeken naar een totaaloplossing. Elke gemeente is anders. Elke flat is anders. De hoogbouwdoelgroep verschilt meer dan ik dacht. Het is een puzzel. Daarom moeten we eerder denken aan verschillende maatregelen die elkaar aanvullen, op gemeenteniveau.’